De kern van Geldrop wordt doorkruist door het beekdal van de Kleine Dommel. In het stroomgebied tussen de A67 en de Laan der vier Heemskinderen in Geldrop bevinden zich kenmerkende elementen voor dit vochtige landschap. Er zijn vochtige ruigtes, rietmoerassen, elzenbroekbos en hooilanden. Om dit alles goed te kunnen bekijken, is door dit gebied een natuurpad van circa 2,3 km uitgezet. Aan de hand van de onderstaande informatie kunt u genieten van dit stukje natuur en daarbij de bijzondere details van het gebied opsporen. Veel wandelplezier!
Ter voorbereiding
Wanneer u de natuur optimaal wilt beleven, kunt u een loepje meenemen om de details van de bloemen, mossen of insecten goed te zien. Wilt u zich wat meer verdiepen in de paddenstoelen, neem dan een spiegeltje mee om onder het hoedje te kunnen kijken daar zit meestal heel wat fraais verborgen. En dat een verrekijker praktisch is als u de vogels goed wilt waarnemen, heeft geen verdere uitleg nodig. Het wandelgebied kan op sommige stukken nogal eens drassig zijn, zodat het aan te raden is om schoeisel aan te trekken dat tegen vocht kan. Helaas is het natuurpad niet begaanbaar voor rolstoelen en moeilijk begaanbaar met kinderwagens.
Over het gebied
De Kleine Dommel is één van de grotere zijbeken van de rivier de Dommel en behoort tot het type laaglandbeek. Bij laaglandbeken in Brabant is geen sprake van één bron, maar van een oorsprongsgebied waar uit de grond opwellend water (kwel, bron-achtig) gecombineerd met afstromend oppervlaktewater wordt weggevoerd. Uit dit gebied wordt het afvloeiende water via allerlei waterloopjes afgevoerd, deze stromen vromen een beek.

De beek baant zich, bijna net als vroeger, via allerlei kronkels een weg door het gebied bij de Akert. Dit is echter niet altijd zo geweest. Om het water snel af te kunnen voeren, is het zuidelijk deel van de Kleine Dommel omstreeks 1946 recht getrokken (zie kaart/foto). Rond 1960 werd ook het noordelijk deel van het gebied aangepakt, waarbij eerst een aantal kleine bochten uit de loop werden gehaald. Eind jaren zestig moest deze nieuwe loop gedeeltelijk plaatsmaken voor bebouwing en werd een kanaalachtige watergang aangelegd. Doordat de bochten werden afgesneden, werd de Kleine Dommel van een stromende beek min of meer een afvoerkanaal. Hiermee verdwenen de natuurlijke oevers en de vochtige beekdalgraslanden. Een groot deel van de oorspronkelijke beekbedding bleef gelukkig nog liggen. In 1996 veranderden de inzichten en werd de Kleine Dommel voor een groot gedeelte in haar oude loop teruggebracht. De maatregel heeft geleid tot een eerste herstel van landschappelijke en natuurlijke waarden. In de toekomst zal dit herstel naar verwachting nog verder toenemen. In het noordelijke deel is in de loop der tijd bebouwing gerealiseerd, waardoor hier afgeweken moest worden van de oorspronkelijke bedding.
Beeld op Laan der vier heemskinderen
Uitzicht op de Kleine Dommel vanaf de brug
Op pad
De wandeling start bij het standbeeld (het paard met de vier heemskinderen) op de brug over de Kleine Dommel, nabij de rotonde op de Laan der vier Heemskinderen. Doordat dit punt hoog ligt, heeft u een goed overzicht over een groot deel van het gebied. Bij het standbeeld gaat u naar beneden richting het water. U loopt op het wandelpad stroomopwaarts langs de Dommel. Net voor het bruggetje staat aan uw rechterhand een paal met een gedicht. Ga het bruggetje over en houdt links aan zodatu langs de Dommel verder loopt.
Aan uw rechterhand kijkt u uit over een uitgestrekt graslandareaal (A), dat oploopt naar de westrand van het beekdal. In het landschap ziet u (oude) greppelstroken en houtwallen. Deze houtwallen zijn aangeplant met onder andere eik, els, wilg, es en meidoorn. Zulke houtwallen met doornstruiken dienden vroeger als begrenzing van percelen en tegelijkertijd als veekering. Nadat het prikkeldraad is uitgevonden, zijn veel van deze houtwallen opgeruimd. Veel insecten, zoogdieren en vogels waren echter afhankelijk van de wallen voor voedsel en een nestplaats. Om deze dieren weer een plekje te geven zijn de houtwallen opnieuw aangeplant. Ze hebben tevens een functie als ecologische verbindingszone.

U vervolgt het pad en loopt rechts van een grotendeels aangeplante bosstrook (B), met onder andere meidoorn, gelderse roos, els en een mooie wintereik. Deze wintereik kunt u van de veel vaker voorkomende zomereik onderscheiden, doordat het steeltje aan het napje van de eikel ontbreekt of zeer kort is en de bladsteel daarentegen vrij lang is. Vergeet niet ook eens naar beneden te kijken! Op het pad treft u typische tredplanten aan, zoals straatgras, grote weegbree en zilverschoon.
Op uw weg steekt u een smal loopje over dat uitmondt in de Kleine Dommel (C). Het bruine water met het olieachtig laagje dat u hier aantreft wijst op kwel1. Ook de bosbies die hier groeit is hiervoor een indicator. Het opstijgend grondwater is ijzerrijk en van zeer goede kwaliteit. Op dit punt treft u ook een zeer gevarieerde begroeiing aan met gele lis, echte koekoeksbloem, grasmuur, wederik en wijfjesvaren (fijner blad dan mannetjesvaren).
Aan het einde van dit pad gaat u linksaf en komt u via het bruggetje op het eiland. Dit eiland is ontstaan nadat de oude waterloop weer in ere is hersteld. U loopt rechtsaf langs het oude meanderende tracé van de Kleine Dommel (D). Op de oever staan planten als engelwortel, glad walstro en rietgras, terwijl wat verder van het water verschillende graslandsoorten staan zoals ruige zegge, witbol en scherpe boterbloem. In het water vindt u de gele waterkers en de grote egelskop. Als u hier tussen mei en augustus bent, is de kans groot dat u een weidebeekjuffer over het water ziet scheren. Bij de binnenbochten van de waterloop zijn kleine strandjes ontstaan, die door verschillende dieren bezocht worden. Herkent u de sporen die zij hier hebben achtergelaten?
Blijf langs de Kleine Dommel lopen tot deze een bocht naar rechts maakt. Bij deze bocht staat een wilg (E). Hier verlaat u het pad langs de waterloop en loopt u rechtdoor het weiland over langs de knotwilgen in de greppelstrook (F) naar de overkant van het eiland. Wanneer u langs de greppelstrook wandelt, kunt u zien dat deze in de wandelrichting natter wordt. De stroken hebben een zeer diverse begroeiing. Er staan verschillende grassoorten als mannagras, ruwe smele en liesgras. Wist u dat je van de holle stengel van het liesgras een fluitje kunt maken door met een mesje een lengtesnede in een stukje te snijden? Verder is dit een ideaal milieu voor de moerasandoorn, kattenstaart en de grote lisdodde met zijn karakteristieke grote sigaar aan het uiteinde van zijn stengels.
Aan het einde van de greppel loopt u tegen het dichtbegroeide moerasbos aan (G). Dit bos grenst aan de voormalig rechtgetrokken Kleine Dommel. Onder de wilgen en elzen komen gele lis, ruwe smele, bosbies en hondsdraf veelvuldig voor. U gaat linksaf en loopt door met aan uw rechterzijde het moerasbos. De graslandstrook waar u nu doorheen loopt, is inmiddels veel rijker aan soorten dan het overige grasland (H). Op deze vrij vochtige grond voelen de echte koekoeksbloem, de rode klaver en de pinksterbloem zich prima thuis.
Schietwilg op de hoek van het eiland
Brugje naar het eiland
Er zijn verschillende vogels te vinden rond de Kleine Dommel. Onder andere (links) de Blauwe Reiger en (rechts) de Meerkoet.
Kwel detail
Aan het einde van het moerasbos kunt u linksaf slaan en langs de greppelstrook terug lopen richting de brug. Maar u kunt er ook voor kiezen om de rondwandeling over het eiland te vervolgen door nog even door te lopen richting de punt van het eiland (I). Daar kunt u zien hoe de rechte loop en de meanderende loop samenkomen. Vervolgens kunt u vanaf dit punt teruglopen langs de kronkelende Kleine Dommel richting de brug. Over het bruggetje, volgt u het pad rechtdoor richting bebouwing. U kunt hier goed zien en voelen dat dit pad licht omhoog loopt en ook de begroeiing langs het pad laat dit zien (J). Zo staan er in het lagere gedeelte juist de vochtminnende planten, terwijl verderop de schrale en droge grond zijn eigen typische beplanting heeft. Links van dit pad ligt nog een mooie oude bolle akker (K), die waarschijnlijk tot het gehucht Hout behoorde. Deze bolle akker is ontstaan door eeuwenlange plaggenbemesting met potstalmest.
In het midden van dit pad, voordat aan uw rechterzijde bomen groeien, gaat u door het poortje het grasland in (L). Onderweg kruist u het loopje dat we eerder tegen zijn gekomen (zie C). Nadat u dit hebt gepasseerd, loopt u richting het poortje aan de rechterkant. U gaat hierdoor en vervolgt de weg naar links (richting A). U steekt het verharde fietspad over en blijft het pad langs de Kleine Dommel volgen. Hier loopt u langs een deels in ere hersteld en deels nieuw gegraven traject van de Kleine Dommel (M). Als u hier even stil staat, zult u zien dat er veel variatie is aan flora en fauna. Meteen links van het pad ziet u een poel (N), omringd door bomen als schietwilg, els, ruwe berk, grauwe wilg en boswilg. De laatste is dankzij haar vroege bloei een geliefde plant voor bijen. De poel ligt in de overstromingszone van de Dommel en wordt dus ook regelmatig gevoed met Dommelwater. Langs de oever staan typische oeverplanten, zoals riet, wolfspoot en pinksterbloem. Langs de oever zitten meestal veel watervogels, zoals de gans, de wilde eend en de waterhoen. De oevers zijn begroeid met planten als het moerasvergeet-mij-nietje, de wijfjesvaren en veldlathyrus. Ook kunt u hier kompassla vinden. De noord- en zuidwaarts gerichte bladeren zijn aan de voet een kwartslag gedraaid. Hierdoor worden deze bladeren alleen door de ochtend- en avondzon beschenen. De oost- en westwaarts gerichte bladeren zijn tegen de stengel aangeklapt. Deze aanpassing beschermt de plant tegen al te grote uitdroging. Aan de overkant van het water ligt een eilandje, dat kan worden getypeerd als een ruig bosgebiedje (O). Omdat in dit gedeelte geen mensen komen, huizen hier veel verschillende vogelsoorten. Zangvogels als de tjiftjaf, de kleine karekiet en de zwartkop hebben hier hun toevluchtsoord en ze verzorgen regelmatig een mooi concert. Zelfs de ijsvogel met zijn typische oranje-blauwe verendek wordt hier met enige regelmaat waargenomen. Vooraan op de punt van het eilandje staat heel markant een fraaie grote schietwilg. Deze wilgensoort komt vaak voor in ooibossen2 en houdt erg van natte grond.
U houdt links aan op het pad in de richting van de bebouwing. Het pad stijgt licht en op het drogere gedeelte verandert de gevarieerde begroeiing in grasland. Aan het einde van dit pad tref je een paddenpoel aan (P) met daarin onder andere de grote waterweegbree en waterlelies. Deze poel is met de herontwikkeling van dit gebied gegraven en wordt alleen gevoed met regenwater. Aan de waterkant staan verschillende pioniersplanten, waarvan greppelrus een voorbeeld is. De poel vormt de huiskamer voor verschillende soorten amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders. Verschillende soorten libellen en juffers zult u in het voorjaar en de zomer als helikopters door het gebied zien zoeven.
U loopt terug richting de Dommel en houdt links aan, om over het pad door het hooiland bij de markante es uit te komen. Deze es zorgt hier ieder jaargetijde voor een mooi beeld (Q). Zoals u op de kaart kunt zien, stond deze oorspronkelijk aan de andere kant van de oever. Vanaf dit punt zijn de afgesneden bochten van de Kleine Dommel en een aantal oude sloten duidelijk in het landschap te herkennen. De verschillende kleurtinten van de begroeiing geven de grenzen aan met het aanliggende hooiland. De oplettende kijker zal planten als wederik, pinksterbloem en kattenstaart in dit gebied ontdekken. Deze soorten zijn typisch voor deze nattere delen en zorgen voor een kleurrijke aanblik.
U loopt terug richting de Dommel en houdt daarna links aan richting de Laan der vier Heemskinderen(R). De weg heeft hier invloed op de vegetatie. U vindt hier verschillende grassoorten, zoals witbol en zwenkgras. Ook boterbloemen en het sint-janskruid kunt u hier vinden. U volgt het pad omhoog richting de weg, tot u weer bij het startpunt bent uitgekomen.

Hopelijk hebt u genoten van de wandeling door dit prachtige natuurgebied!
Uiteraard is het geen complete inventarisatie die hier beschreven staat. Wilt u zelf op zoek gaan naar andere soorten, dan is een goed natuurboek onmisbaar (bijvoorbeeld De Nederlandse Ecologische Flora, door Eddy Weeda en Veldkijker, De natuur dichterbij, door Monica Wesseling) of ga eens met een wandeling mee onder leiding van een IVN-natuurgids.
De honden willen ook wel een wandelingetje maken
De gele lis komt er ook voor
Een fazant bij een van de houtwallen
Broekbos
1Kwel is grondwater dat onder druk uit de grond komt. In het algemeen ontstaat kwel door een ondergrondse waterstroom van een hoger gelegen gebied naar een lager gelegen gebied. Kwel heeft vaak een bijzondere waterkwaliteit. Vooral diepe kwelstromen die eeuwenlang door de bodem hebben gestroomd, zijn voedselarm en vaak kalkrijk. Dit leidt tot bijzondere flora. Een plant als waterviolier geldt als kwelindicator. Het voedselarme karakter van oude kwel wordt verder versterkt doordat het vaak ijzerhoudend is. IJzer bindt de meststof fosfaat waarmee weilanden bemest worden en maakt het kwelwater minder geschikt voor planten die voor hun groei sterk op de aanwezigheid van fosfaat leunen.
2Het ooibos is een oorspronkelijke leefgemeenschap die zich met name voordoet langs rivieren. Wilgen en zwarte populieren komen dominant voor dichtbij de waterkant en kunnen daar een zachthoutooibos vormen. Wilg en populier zijn bomen die niet oud worden. Dit zogenaamde waaibomenhout wordt rond de 40 jaar oud. Omdat het hout zo zacht is, kunnen door torsie stammen afbreken. Tevens heeft met name de wilg last van ziekten waardoor een boom in een paar jaar afsterft. Op iets hogere gronden kan het veel zeldzamere hardhoutooibos, gevormd door soorten als eik, iep en es voorkomen. In Nederland krijgt met name in de uiterwaarden van de grote rivieren de natuur een kans waardoor dit natuurlijke bostype bezig is om zich te herstellen.